Maakt een pet het verschil?

terug naar overzicht

Donderdag, 16 augustus 2018

We gingen de 2e keer van dit wedstrijdseizoen naar de Zuidervaart in Zaandam. Een goede keuze, want de stekken liggen ruim uit elkaar en er werd over het algemeen goed gevangen.

Het was op zich wel lastig af en toe. De wind stond rechts schuin van achteren en zeker op de open stekken stond een flinke kabbel. Zelfs tijdens het plassen moest je oppassen, want de brandnetels stonden flink heen en weer te zwaaien merkte ik.
Ook de afwisseling van zon en bewolking zorgde ervoor dat je dobber regelmatig vrij slecht te zien was.
Bij mij op de stek ware vanaf het begin de blankvoorns zeer actief, wat na een 3 kwartier overgenomen werd door de kolblei.
Jan Beers wist dit keer de eerste plaats te bemachtigen met 98 vissen en 6,3 kg. Nu wist hij dit resultaat te bereiken op een kopstek en ik bespeurde toch bij enkelen een klein beetje argwaan. Zo hoorde ik dat Johan Mulder 3x het nummer van diezelfde kopstek terug in het zakje moest doen en “toevallig” kreeg Jan, die het zakje met nummers onder zijn beheer heeft, dit nummer. Toeval bestaat niet. Of toch? Ik weet niet of andere medevissers met dit wonderbaarlijke fenomeen te maken hebben gekregen, maar het zet je toch wel aan het denken.

Ikzelf presteerde wederom goed met een 2e plaats. Ik had zelfs nog korte tijd een snoek aan de lijn die zich aan mijn vis vergreep, maar de lijn brak.

Jullie vragen je misschien af waar mijn goede resultaten vandaan komen. Om eerlijk te zijn denk ik dat het aan mijn pet ligt. Die pet heb ik georven van mijn vader en ik zet hem alleen op tijden de 55+ wedstrijden. Toen hij meedeed had hij ook zoveel plezier in het vissen met de groep en het zou kunnen zijn dat hij op de klep zit om de vissen mijn kant heen te sturen.
Het kan echter ook aan de prachtige kleur paars liggen.

Ik heb zo eens om mij heen gekeken en zag een rijk kleurenscala aan de waterkant.
Johan Mulder heeft b.v. een heel mooie, fel rood gekleurde, camouflagepet.
Dirk Brode heeft een grijze pet, maar misschien was dat vroeger een andere kleur en komt het door het vele wassen.
Daarnaast kwam ik nog een paar witte en een felblauwe pet tegen.
En bij het opmeten zag ik Cees zonder pet, maar met hoedje, maar de weger en de teller gaan ook niet petloos door het leven zoals jullie hieronder zien.

Het bovenstaande is natuurlijk een beetje flauwekul, (net als van Jan natuurlijk) maar het kan je toch aan het denken zetten. Het water was volgens mij vrij helder en de vraag is natuurlijk wat ziet de vis? Zeker als je wat dichter bij de kant zit te vissen.
Ik heb zelf nog eens met Cor van de Wijgaart op ruisvoorn staan te vissen met een vliegenhengel.
Hij ving veel beter dan ik, totdat ik mijn pet, met helgele klep afzette. Toen ging het een stuk beter.

Rest nog te melden dat er voor de visser op stek 11 er een zak lokvoer was. De gelukkige was Jan Wittebrood.
Adri Nielen was minder gelukkig, want zijn hengel en elastiek kwam vast te zitten in de boom, waaronder hij viste. Het nodige ging kapot, waardoor Adri niet verder kon vissen. Hij heeft zijn leefnet geleegd en is noodgedwongen gestopt, omdat hij geen reservehengel had.
Peter Oud