Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons Cookie beleid

Accepteer cookies

Roel Meijer wint laatste wedstrijd en Theo Breedijk algemeen kampioen

terug naar overzicht

Donderdag, 12 september 2019

Voor de 2e keer dit jaar visten we in de Zuidervaart te Zaandam. Een mooi water met goede visplekken. Sommige liggen zo ver uit elkaar dat je zou kunnen spreken van meerdere kopstekken.

De prachtige klaprozen van begin van dit jaar waren inmiddels niet meer te zien. Uitgebloeid. Wat er wel te zien was, was het vele afval. Tjonge jonge, wat kunnen mensen er een bende van maken. Allemaal rommel wat ik thuis in de grijze- en, groene bak gooi of bij het plastic verzamel, wordt hier allemaal in het plantsoen gegooid. Ik zag een hoeveelheid brood, waarvan een grote hoeveelheid ratten waarschijnlijk een feestmaal zouden kunnen hebben.
Ik weet niet of het komt door de vele allochtone landgenoten die daar in de buurt wonen, maar ik heb zo mijn vermoeden. Genoeg daarover.

Bij het lootjes trekken maakte Theo een vreugdesprongetje: hij trok kopstek 20. Niet dat het naar mijn mening veel uitgemaakt had voor de uiteindelijke uitslag, maar hij was er ontzettend blij mee. Uiteindelijk viste hij zich naar een 2e plaats achter Roel Meijer, waarmee hij overtuigend kampioen werd. Mijn felicitaties daarvoor. Afgezien van de 3 wedstrijden die hij niet mee viste, werd hij 1x eerste, 4x tweede en 1x vierde (zijn slechte prestatie). Een indrukwekkende reeks moet ik zeggen.
Waar ik mij wel over verbaas is het feit dat telkens als je aan hem vraagt hoe was het, het antwoord is: “Slecht gevist, weinig gevangen”. Dat kan ik niet volgen als ik bovenstaande opsomming zie.
Dat kan dus twee dingen betekenen. 1. Hij ligt de lat voor zichzelf ontzettend hoog en kan daar als wedstrijdvisser niet meer aan voldoen. Voor ons als gewone vissers wel prettig. 2. Hij vist echt slecht en dan moet ik tot de conclusie komen dat wij er allemaal echt geen hout van kunnen gelet op de resultaten.
Nu merk je wel dat er een verschil zit tussen de echte wedstrijdvissers en gewone vissers. Je vraagt je natuurlijk af wat is dan het verschil?
Zo heb ik afgelopen dinsdag lekker gevist en veel anderen ook als ik het hen vroeg. De een vangt wat meer dan de ander, maar dat zal altijd zo blijven. Echte wedstrijdvissers hebben altijd wat problemen. Ze zaten aan de verkeerde kant van het parcours, hadden een vuile stek enz. Daarnaast gebruiken ze ook een eigen geheimtaal. Zij vissen het liefst op “platte of platten”. Daarmee bedoelen ze niet schol, schar of tong, maar brasems, zoals wij gewone vissers ze noemen.

Het vissen zelf was een zaligheid. Weinig wind, dus een strak watertje en niet zo warm als de vorige keer. De vissen waren over het algemeen erg voorzichtig. Als je goed keek zag je soms weinig beroering aan je dobber. Reden voor mij dus om een flintertje bladlood op de lijn te plaatsen, waardoor de dobber echt minimaal boven water uitstak. Dat kon gelukkig door het gladde wateroppervlak. Ik had wel het idee dat het enig verschil in de aanbeten maakte. Ik heb nog veel bladlood staan, dus als er mensen zijn die wat willen hebben kunnen ze zich melden. Dan krijgen ze wat van me. Ik heb het vroeger van wijnflessen afgepulkt maar tegenwoordig zit het er volgens mij niet meer omheen.

Wat ik wel opmerkelijk vind, dat er toch heel wat mensen zijn die vissen zonder pet of hoed(je). Zelf vind ik het onontbeerlijk. Je zit namelijk erg laag en daardoor bestaat de horizon uit 70 tot 80 procent uit lucht. Om daar een paar uur tegenin te kijken is erg vermoeiend voor je ogen. Het viel aan de Zuidervaart wel mee omdat er bomen aan de overkant stonden, maar toch blijf ik het lastig vinden en vandaar de pet.
Dat ik geen nonsens zit te vertellen blijkt wel uit bijgaande foto, waarin Johan Mulder naar zijn dobber zit te staren met zijn hand boven zijn ogen. De hengel is niet met één hand vast te houden en staat daarom in de steun. Dat kost vis, want je bent vaak te laat met aanslaan. Maar ieder moet doen wat hij goed vindt natuurlijk. Johan zette even later wel een pet op trouwens.

Verder valt er nog te vermelden dat er voor stek 11 een stuk kaas was. Jan Beers was de man die stek 11 lootte en dus kon de kaas weer mee naar huis terug. Er zijn een paar grote brasems gevangen, waaronder een van 52 en een van 54 cm. Ik weet niet door wie.